#34; Verslag: Parkeren we het wonen in Zaanstad?
16-06 2026
#34; Verslag: Parkeren we het wonen in Zaanstad?
Het debat van De Vonk Debat en Architectuurplatform Babel onder leiding van Lennart Booij over hoe de ruimte in Zaanstad verdeeld moet worden tussen wonen, groen en parkeren, op dinsdagavond 16 juni in een volle Bullekerk in Zaandam, toonde maar weer eens aan hoe weerbarstig dit vraagstuk is. Partijen staan lijnrecht tegenover elkaar.
Onlangs nog sneuvelde de Parkeervisie in de gemeenteraad onder een lawine van amendementen. Om tot 2030 voldoende ruimte te hebben om 10.000 woningen te kunnen bouwen wilde het college van B en W de parkeernorm in de gemeente verlagen. Veel partijen in de raad vrezen dat dit zal leiden tot grote parkeerproblemen. Door nog steeds groeiend particulier en bedrijfsmatig autobezit is het parkeren inmiddels in veel wijken een probleem geworden.
De tegenstelling openbaarde zich het sterkst tussen de genodigde gasten Jos Kerkhoven van Democratisch Zaanstad en Barend Kuenen, directeur van woningcorporatie Parteon. Kerkhoven zet vraagtekens bij de woningbouwplannen. ‘Laten we eerst maar eens kijken wat voor stad we willen zijn? Die discussie wordt nooit gevoerd. Willen we er wel 10.000 woningen bij? Is 180.000 inwoners genoeg, of moeten we naar 200.000? Hoe moet Zaanstad eruitzien in 2040?’
Voor Kuenen is dat geen vraag. ‘Zaanstad is een prachtige stad maar is in een gigantisch tempo aan het vergrijzen. Die ouderen hebben straks allemaal zorg nodig en daarom moeten we echt doorbouwen om mensen te kunnen huisvesten. Woningzoekenden staan acht jaar op een wachtlijst. Bij sociale woningbouw kan de parkeernorm omlaag. Dat is ook nodig om betaalbaar te kunnen blijven bouwen. De sociale huur betaalt nu mee aan parkeerplaatsen voor de vrije sector. Die wordt daardoor te duur. Er worden huurwoningen niet gebouwd omdat de parkeernorm te hoog is.’
Kerkhoven: ‘Denken we te veel vanuit de auto? Die auto’s zijn er. En er komen er nog meer. Daar moet de stad een oplossing voor vinden.’
Vanuit de zaal kreeg Kerkhoven wel tegengas:
‘Ik woon in een seniorenflat in Wormerveer en heb twee parkeerplaatsen. Wat mij betreft komen er meer bomen en huizen. Parkeren is minder belangrijk.’
‘Ik heb mijn auto weggedaan vanwege de luchtvervuiling.’
‘Ik woon in Westzaan en vindt het geen punt om met de fiets naar het station te gaan. Maar dan is er te weinig parkeerplek voor fietsers.’
Wat ook de opmerking uitlokte: ‘Zaanstad heeft zes stations met een superfrequente dienstregeling! Iedereen zit er vlakbij met de fiets. Het verbaast me dat er zo weinig gebruik van gemaakt wordt.’
En daarop: ‘Ik zou mijn auto wel weg willen doen maar dan moet het openbaar vervoer drastisch goedkoper.’
En: ‘Is het erg om 200 of 300 meter naar je auto te lopen als je daar een goede parkeerplek hebt?’
Booij vroeg hoe het probleem van wonen, groen en parkeren toch aangepakt zou moeten worden?
Marco Burgsteden (CROW, kennisplatform voor onder meer mobiliteit) gaf een aanzet. Zaanstad kent diep stedelijke tot heel landelijke gebieden, daar zou je verschillende normen voor kunnen stellen. Als het om mobiliteit gaat heb je wandelaars, fietsers, openbaar vervoer, gedeelde voertuigen en auto’s. Door de meest duurzame en ruimte-efficiënte vervoersmiddelen voorrang te geven, komt er in wijken en straten meer ruimte vrij voor groen, ontmoeten en wateropvang. Je zou in overleg per wijk of soms zelfs per straat de normen moeten vaststellen. En dus niet één parkeernorm voor de hele gemeente. De vraag moet ook gesteld worden wat er over pakweg 25 jaar nodig is als er wellicht veel meer water vastgehouden moet worden in de wijk. In een omgevingsvisie moeten ook deze problemen aan bod komen.
In de Krommenieër wijk Willis is door bewoners een begin gemaakt met het aanpakken van het parkeerprobleem. Daar was vanaf elf uur ’s avonds geen plek meer te vinden. In overleg met handhaving zijn oplossingen gevonden.
Het was de boodschap van Booij aan de zaal aan het einde van de avond: ‘Ga met elkaar praten.’

